Uw browser ondersteund geen javascript. Klik hier om naar de website van de afdeling radiotherapie van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven te gaan.

 

 

 

 

 

Bezoek de website

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welkom

op de website van de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis. De afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven heeft 6 lineaire versnellers waarvan 3 met cone beam CT en een voor IORT (Intra Operatieve RadiotTherapie) toe te passen. In Eindhoven is de afdeling Radiotherapie onderdeel van het Catharina Ziekenhuis (cze).

Op de website van de afdeling Radiotherapie staan voorlichtings films over radiotherapie.

De behandelingen die uitgevoerd worden op de afdeling Radiotherapie van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven zijn uitwendige bestraling (teletherapie), Stereotactische bestraling, inwendige bestraling met behulp van radioactieve bronnen (brachytherapie) en Intra Operatieve Radiotherapie(IORT)

Stereotaxie of radiochirurgie is een bestralingstechniek, die wordt toegepast bij kleine tumoren van de longen en de schedel. Stereotactische bestraling wordt soms ook wel radiochirurgie genoemd.

Op de website staan films over Radiotherapie. De films gaan over het eerste gesprek met de arts, de CT-scanner, , de mouldroom en over IMRT bestraling met de lineaire versneller. De films op de website van de afdeling Radiotherapie gaan in op de behandeling bij vijf vormen van kanker : prostaatkanker, borstkanker, longkanker, hoofd/halskanker en darmkanker.

Bij de IMRT bestralingstechniek wordt één bestralingsbundel opgedeeld in meerdere kleine bundels met verschillende intensiteiten. Door de precisie van deze behandeling wordt de tumor zelf intensief bestraald maar blijft het weefsel er omheen zoveel mogelijk gespaard. Een nieuwe vorm van IMRT bestraling is VMAT (Volumetric Modulated Arc Therapy). Tijdens deze bestraling draait het toestel om de patiënt heen waardoor de bestralingstijd wordt verkort.

IGRT (Image Guided RadioTherapy) met behulp van een Conebeam CT-scan Een Conebeam CT-scan is een CT-scan die voorafgaand aan de behandeling op het bestralingstoestel wordt gemaakt. Het is een extra controlemiddel zodat we nauwkeurig de positie van de tumor en omliggende weefsels kunnen bepalen. Indien nodig kan het bestralingsplan aangepast worden. Zo kunnen we zeer nauwkeurig bestralen.

De afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis bouwt mee aan EuroCat, een internationaal kennissysteem voor geÔndividualiseerde kankerbehandeling.

Breathhold techniek bij borstbestraling Vrouwen die op de linker borst of borstwand bestraald worden, krijgen de instructie om gedurende de bestraling de adem in te houden, dit is maximaal 20 seconden. Het doel hiervan is de hartbelasting te beperken. We noemen dit de breathhold techniek. Standaard worden alle bestralingen op de linker borst of borstwand gecombineerd met IMRT, IGRT en breathhold.

IORT (Intra Operatieve RadioTherapie) Als één van de weinige ziekenhuizen in Nederland is het Catharina Ziekenhuis gespecialiseerd in Intra Operatieve Radiotherapie (IORT). Bij IORT kunnen we tijdens een operatie een bestraling geven op de plaats waar de tumor is verwijderd zodat het risico op terugkeer van de kankercellen zo klein mogelijk wordt. Door deze bestraling ontstaat zo min mogelijk schade aan de gezonde cellen. Deze behandeling passen we vaak toe bij patiŽnten met endeldarmkanker en bij patiënten met borstkanker indien bij deze patiŽnten aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Pijnbestrijding One Stop Service (zorg op 1 dag): Voor een pijnbestrijdende (palliatieve) bestralingsbehandeling bieden wij u de service One Stop Shop. Bij One Stop Shop vinden het gesprek met de radiotherapeut, de voorbereiding en de bestralingsbehandeling op 1 dag plaats. Met de One Stop Shop service die wij u bieden, verblijft u een aantal uren op onze afdeling Radiotherapie.

Vrouwen die op de linkerborst worden bestraald, krijgen tijdens de bestraling ademinstructies. Dit noemen we de breathhold techniek. Het doel van deze techniek is het beperken van de hartbelasting. Meer informatie vindt u in de patiŽntenfolder en in de voorlichtingsfilm.

Op de website van de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis vindt u uitgebreide informatie over inwendige bestralingen en uitwendige bestralingen. Bij uitwendige bestralingen vindt u meer informatie over prostaat kanker, borst kanker (mamma carcinoom), long kanker, darm kanker, hoofd / hals kanker, gynaecologische kanker, slokdarm kanker, bot kanker, urineblaas kanker en huid kanker. Bij inwendige bestralingen vindt u meer informatie over baarmoederhals kanker, prostaat kanker, pterygium bestraling, slokdarm kanker en inwendige bestraling van de vagina en inwendige bestraling van baarmoederhalskanker.

Op de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis wordt zowel hersen stereotaxie als long stereotaxie toegepast.

Per jaar worden meer dan 3000 patiënten met radiotherapie behandeld.

Een afspraak bij de afdeling Radiotherapie wordt voor u gemaakt door uw huisarts of specialist. Als u vragen heeft over de afspraak kunt u bellen naar 040 - 239 64 00.

De URL van de website van de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis Eindhoven is www.radiotherapie-eindhoven.nl

In het Catharina ziekenhuis wordt de IMRT techniek gebruikt.

Op de website van de afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuis staan voorlichtingsfilms. Op de films is te zien hoe een bestralingsbehandeling in zijn werk gaat. Er wordt een patiënt gevolgd vanaf het moment dat hij binnenkomt op de afdeling Radiotherapie tot en met de eerste bestralingsbehandeling. Alle gesprekken en voorbereidingen voor de behandeling komen aan bod. Voor veel patiënten is een bestraling een gebeurtenis waarvoor zij gespannen zijn. Door precies in beeld te brengen wat er tijdens deze behandeling gebeurt, wil de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis een deel van de onzekerheid en spanning wegnemen. Bij uitwendige bestraling wordt er straling opgewekt met behulp van een apparaat (lineaire versneller) dat op elk deel van uw lichaam gericht kan worden.

Bij de behandeling voor prostaatkanker worden er, voordat u een CT-scan krijgt, 4 goudstaafjes (goudmarkers) geplaatst in het Urologisch behandelcentrum van het Catharinaziekenhuis. Bij sommige patiënten gebeurt dit niet. Uw radiotherapeut bespreekt met u of u hiervoor in aanmerking komt. Bij prostaatkanker gebruiken we de CT-scan om de positie van de prostaat en de eventuele goudmarkers nauwkeurig te bepalen. Er worden enkele kleine tatoeage puntjes aan de voorkant en de zijkanten van uw lichaam aangebracht en met speciale inkt tekenen we lijnen aan op de huid. Dit is nodig om u elke dag op dezelfde manier te kunnen bestralen. De CT-scan is een röntgenapparaat waarmee we foto’s (dwarse doorsneden) maken van het bekken. Ook gebruiken we de CT-scan voor de berekening van de bestralingsvelden. De CT-scan duurt ongeveer 20 minuten. De radiotherapeut geeft op de gemaakte opnames het te bestralen gebied aan. Hierna wordt het bestralingsplan gemaakt, waarbij de optimale manier van bestralen bepaald wordt. Vervolgens worden uw bestralingsgegevens ingevoerd in de computer van het bestralingstoestel. De afdeling Radiotherapie van het Catharina ziekenhuid in Eindhoven heeft films over de bestraling op de website staan.

Bij borstkanker (mammacarcinoom) vindt een CT-scan plaats. De CT-scan gebruiken we om het borstweefsel met meerdere dwarse doorsneden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ook gebruiken we de CT-scan voor de berekening van de bestralingsvelden. U krijgt voor en/of tijdens de bestralingsserie een of meerdere CT-scans.

Bij longbestralingen maken we met de CT-scan foto’s. De CT-scan gebruiken we om het doelgebied van de bestraling en de omliggende organen met meerdere dwarse doorsneden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ook gebruiken we de CT-scan voor de berekening van de bestralingsvelden. Met speciale inkt tekenen we lijnen aan op de huid. Tijdens het bestralen ligt u precies in dezelfde houding als tijdens de CT-scan. Het is belangrijk dat u goed stil ligt. Tijdens de bestraling bent u enkele minuten alleen in de bestralingsruimte. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u op de monitoren zien en via een intercomsysteem horen. Van de bestraling voelt u niets; u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel.

Tijdens een of meerdere bestralingszittingen worden er controlefoto’s of een Cone beam CT-scan gemaakt. Een Conebeam CT-scan is een CT-scan die op het bestralingstoestel wordt gemaakt. Met deze foto’s of CT-scan controleren we of u in dezelfde houding ligt als bij de planning CT-scan. Uit de beelden kan blijken dat uw positie ten opzichte van het apparaat gecorrigeerd moet worden door een kleine tafelverschuiving.

Stereotaxie of radiochirurgie is een geavanceerde bestralingstechniek die wordt toegepast bij patiënten met één tot drie hersenmetastasen (uitzaaiingen) van solide tumoren. Door de precisie van deze behandeling krijgt de tumor een hoge stralingsdosis en het gezonde weefsel wordt zoveel mogelijk gespaard.

Bij de behandeling van prostaatkanker met brachytherapie worden kleine Jodium-125 zaadjes in de prostaat geïmplanteerd. Jodium-125 is een radioactieve stof die door straling kankercellen kan doden. De zaadjes lijken op een vulpotloodstiftje en zijn 4 mm lang. Om in aanmerking te komen voor een Jodium-125 implantatie moet de tumor beperkt zijn tot de prostaat. Vooraf zullen daarom enkele onderzoeken worden gedaan. Als u in aanmerking komt voor brachytherapie bij prostaatkanker krijgt u eerst een gesprek met de radiotherapeut. Vervolgens vindt een gesprek plaats met de anesthesioloog voor uitleg over de noodzakelijke narcose of ruggenprik. Het kan zijn dat aanvullend bloedonderzoek, een longfoto of een hartfilmpje (ECG) gemaakt worden. De behandeling brengt een ziekenhuisopname met zich mee. Ter voorbereiding op de plaatsing van de zaadjes wordt een echografie gemaakt van de prostaat. Echografie houdt in dat de prostaat door middel van geluidsgolven in beeld wordt gebracht. Met de beelden van de echografie kan het implantatieschema driedimensionaal worden berekend. Op basis hiervan worden de zaadjes met behulp van dunnen naalden geïmplanteerd.

IORT staat voor Intra Operatieve RadioTherapie: bestraling tijdens de operatie. Tijdens een operatie kan een bestraling gegeven worden op de plaats waar de tumor verwijderd is. Hierdoor ontstaat zo min mogelijk schade aan de gezonde cellen. Het Catarina ziekenhuis is één van de weinige ziekenhuizen in Nederland dat beschikt over IORT.

Op de website van de afdeling Radiotherapie zijn films te zien over bestralingen.

De ziekte van Ledderhose is een aandoening waarbij in het bindweefsel onder de voet pijnlijke verhardingen (knobbeltjes) optreden, zoals die bij de ziekte van Dupuytren aan de hand en bij de ziekte van Peyronie aan de penis voorkomen. De verschijnselen zijn vergelijkbaar. Bestraling kan de klachten verminderen. Ook proberen we met bestraling te voorkomen dat de ziekte progressief wordt (verergerd). Het is het beste om de bestraling in een vroeg stadium van de ziekte te geven. Op de website van de afdeling Radiotherapie zijn films te zien over bestralingen.

Vooral bij mensen die jarenlang in zonnige landen hebben geleefd, kan vanuit een ooghoek heel langzaam een bindweefselvliesje (pterygium) over het oog groeien. Het gezichtsvermogen neemt daardoor af. De gebruikelijke behandeling is een operatie, maar soms blijkt dit niet afdoende te zijn en groeit het vliesje weer aan. Om dit te voorkomen kan het nodig zijn om de patient daags na de operatiete bestralen. Nadat u een gesprek met de arts heeft gehad wordt er een afspraak gemaakt voor de bestraling.

Op de afdeling Radiotherapie van het Catharine ziekenhuis worden met name kwaadaardige tumoren bestraald. Een klein percentage van de bestralingen betreft een bestraling van een in principe goedaardige aandoening.

Na het inbrengen van een kunstheup kan extra botvorming om het nieuwe gewricht heen ernstige klachten geven voor mensen die een hoog risico lopen op extra botvorming. Met name pati&@235;nten die een trauma hebben gehad of een eerdere operatie waardoor er al extra botvorming is opgetreden. Normaal wordt dit voorkomen door medicijnen (NSAID’s). Mocht toediening van deze medicijnen niet mogelijk zijn dan is radiotherapie een optie. Met een bestraling een dag voor de operatie kan heterotopische botvorming voorkomen worden.

De oogziekte van Graves, die meestal voorkomt in samenhang met de schildklierziekte van Graves, wordt Graves Ophthalmopathie genoemd. Ook zonder schildklierlijden (in 10% van de gevallen) kan de oogziekte zich manifesteren. De oorzaak van de oogziekte van Graves wijst in de richting van het hebben van antiimmuunontsteking in het weefsel in de oogkas. De oogziekte van Graves speelt zich af in ťťn of beide oogkassen. Bestraling wordt alleen bij een actieve ontsteking toegepast, vooral bij patiënten die last hebben van bewegingsstoornissen van de oogspieren waardoor ze dubbel zien.

Wild vlees (keloïd) ontstaat bij sommige mensen door een overmatige doorwoekering van littekenweefsel. Patiënten die eerder keloïd hebben ontwikkeld na een operatieve ingreep, worden soms bestraald om het opnieuw ontstaan van keloïd te voorkomen. De bestraling moet zo snel mogelijk na de operatie gegeven worden.

Als bijwerking van hormonale therapie (bijvoorbeeld voor prostaatkanker) kan vergroting van de borstklieren optreden. Deze vergroting kan soms zeer uitgesproken en ook pijnlijk zijn. Het ontstaan van deze gynaecomastie zie je vooral onder behandeling met zogenaamde anti-androgene medicatie. Een pijnlijke borstvergroting kan vaak worden voorkomen door voorafgaand aan de hormonale therapie de borstklieren te bestralen.

Een meningeoom is een in principe goedaardige tumor die uitgaat van de hersenvliezen. Dit betekent dat hij overal kan voorkomen waar de hersenvliezen zich bevinden: rond het hele centrale zenuwstelsel (dus ook rond het ruggenmerg) en tussen de hersendelen, waar het hersenvlies een tussenschot vormt.

Een hypofysetumor is een goedaardig gezwel in een deel van de hypofyse. De hypofyse is een hormoonproducerend aanhangsel ter grootte van een erwt aan de onderzijde van de hersenen. In principe zijn de meeste hypofysetumoren niet kwaadaardig, maar naarmate ze groeien, kunnen ze op omringende structuren gaan drukken. Ook kunnen deze tumoren stoornissen in de functie van andere klieren veroorzaken door overproductie van hormonen. Goedaardige hypofysetumoren worden hypofyse-adenomen genoemd.

Desmoid tumoren ontstaan in spier- en bindweefsel. Na een operatie kan radiotherapie overwogen worden als de tumor niet geheel verwijderd kon worden tijdens de operatie, of als de tumor zich op een zeer diffuse manier uitbreidt in het omringende weefsel. U wordt zo snel mogelijk na de operatie bestraald.

Een adenoom van de speekselklieren is een goedaardige zwelling van de speekselklieren om of in de mond. De meest voorkomende variant is een adenoom van de parotis (oorspeekselklier) maar een adenoom kan in iedere speekselklier optreden, ook in de kleine accessoire speekselklieren in de mond.

Sialorrhee is het lekken van speeksel doordat de patiënt het speeksel niet meer kan doorslikken ten gevolge van de spierziekte Amyotrofische Lateraal Sclerose, ofwel ALS. U wordt waarschijnlijk bestraald met elektronen. Elektronenstraling wordt gebruikt voor aandoeningen die niet diep liggen. De straling dringt slechts enkele centimeters in het lichaam door, zodat het gezonde weefsel dat daarachter ligt weinig of geen straling krijgt.

Het verzorgen van- en bijdragen aan opleidingen op het gebied van de radiotherapie en klinisch fysica is een primaire doelstelling van de functiegroep radiotherapie naast het verzorgen van een optimale bestralingsbehandeling van patiënten verwezen voor radiotherapie.

De afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis bestraalt borstkankerpatiënten volgens landelijke richtlijnen en de nieuwste technieken.

De bestraling vindt plaats op de afdeling Radiotherapie, route 53, begane grond.

Het verzorgingsgebied van de functiegroep radiotherapie omvat het oostelijk deel van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ), met name het zuidoostelijk deel van Noord Brabant alsmede noord-Limburg.

In het Catharine Ziekenhuis op de afdeling radiotherapie voeren we IORT (intra-operatieve radiotherapie) uit, waarbij de bestraling tijdens een operatie plaatsvindt.

Brachytherapie is een bestralingstechniek waarbij een radioactieve bron dichtbij of in het tumorgebied wordt gebracht. De afdeling Radiotherapie van het Catharinaziekenhuis bestraalt prostaat patiënten m.b.v brachytherapie.

Op de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis worden met name kwaadaardige tumoren bestraald. Een klein percentage van de bestralingen betreft een bestraling van een in principe goedaardige aandoening. De volgende aandoeningen kunnen een indicatie geven voor bestraling: Extra botvorming na een heupoperatie (heterotopische botvorming), Uitpuilende ogen (ziekte van Graves), Bestraling van wild vlees (Keloïd), Borstvergroting door hormoontherapie bij mannen met prostaatkanker (Gynaecomastie), Tumor in het hoofd ontstaan vanuit de hersenvliezen (Meningeoom), Goedaardig gezwel in een deel van de hypofyse (Hypofyse adenoom), Desmoid tumor, Lekken van speeksel (Sialorrhee) t.g.v. ALS (Amytrofische Lateraal Scerose), Peyronie’s ziekte, ziekte van Dupuytren ziekte van Ledderhose Goedaardige zwelling (Adenoom) van de speekselklieren.

De afdeling biedt stageplaatsen aan studenten van diverse opleidingen zoals de opleiding Medische Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT), de HBO-opleiding Technische Natuurkunde, de opleiding Doktersassistente en de opleiding Biomedische Technologie van de TU/e. De afdeling radiotherapie heeft sinds februari 2009 een erkenning voor de opleiding van arts-assistenten tot radiotherapeut. Het betreft een clusteropleing met MAASTRO Clinic te Maastricht. Arts-assistenten brengen het laatste jaar van hun opleiding door in het Catharina-ziekenhuis.

Radiotherapie wordt vooral toegepast bij kankerbehandelingen. Het bestaat sinds het begin van de 20e eeuw. De oorspronkelijke bestralingsapparaten gebruikten dezelfde röntgenstralen als die voor röntgenfoto’s. De lineaire versnellers produceren door middel van elektriciteit hoog energetische röntgenstralen en elektronen. Radiotherapie wordt toegepast om tumorcellen te vernietigen, en kan onderdeel zijn van een programma om de patiënt te genezen (dit wordt radicale radiotherapie, of in opzet curatieve radiotherapie genoemd), of om de klachten te verminderen bij uitgebreide ziekte (palliatieve radiotherapie, pijnbestrijding). Radiotherapie wordt voorgeschreven op dezelfde manier als een behandeling met medicijnen. Het voorschrift bevat details over het soort straling, de dosis, en een nauwkeurige informatie over het gebied dat bestraald gaat worden, evenals de verdeling van de straling in het lichaam. De berekening van een ingewikkelde behandeling kan meerdere uren in beslag nemen. Deze berekeningen worden gedaan door radiotherapeutisch laboranten en fysici, om uiteindelijk goedgekeurd te worden door de radiotherapeut (verantwoordelijke medisch specialist).

Een behandeling met radiotherapie wordt gegeven over een bepaalde periode van soms één enkele dag tot meerdere weken. Elke individuele behandeling in een dergelijke serie noemt men een zitting. Het gebied dat bestraald wordt vanuit een bepaalde richting noemt men een veld (in feite de projectie van de bestralingsbundel op de huid). Een bestraling wordt altijd uitgevoerd door bevoegde radiotherapeutisch laboranten.

De afdeling Radiotherapie van het Catharien beschikt over een eigen team van technici.

Simulator: röntgenapparaat waarmee de positie van het bestralingsapparaat nagebootst kan worden. Onder doorlichting kan men de tumor of organen zien. Planning Computer: apparaat waarmee complexe berekeningen worden gemaakt om de dosisverdeling in het lichaam vast te stellen. Moulage: Masker om patiënt te immobiliseren tijdens radiotherapie. Dit wordt vaak gebruikt bij radiotherapie van het gebied van het hoofd en de hals. Brachytherapie: Vorm van radiotherapie waarbij men van dichtbij of in de weefsels de bestraling toepast. Men gebruikt hiervoor diverse radioactieve bronnen. Simulator: röntgenapparaat waarmee de positie van het bestralingsapparaat nagebootst kan worden. Onder doorlichting kan men de tumor of organen zien.

Kanker ontstaat doordat zieke cellen zich sneller dan normaal gaan vermenigvuldigen, waardoor een gezwel zich ontwikkelt en de gezonde cellen worden verdrongen. Bovendien dringt een dergelijk kwaadaardig gezwel door in het omringende weefsel en kan daar schade aanrichten. Hierdoor kunnen zich verschijnselen voordoen zoals pijn of bloedingen. De cellen van zo’n gezwel kunnen zich ook verspreiden door het gehele lichaam waardoor op andere plaatsen nieuwe tumoren kunnen ontstaan.

Men spreekt dan van uitzaaiingen.(metastasen) Bij radiotherapie (radio = straling, therapie = behandeling) wordt gebruik gemaakt van de werking van straling. Radiotherapie is van grote betekenis bij de behandeling van kanker. Soms wordt radiotherapie toegepast voor goedaardige gezwellen en andere ziekten. De bedoeling van radiotherapie is de zieke cellen onherstelbaar te beschadigen. De manier van bestraling kan verschillen. Meestal is er sprake van uitwendige bestraling. De uitwendige bestralingen worden uitgevoerd met bestralingstoestellen (lineaire versnellers) die zowel fotonen- als elektronenstraling kunnen opwekken. Bij sommige aandoeningen, zoals bijvoorbeeld baarmoederhalskanker, is het nodig om inwendige bestralingen toe te passen met radioactieve bronnen. Deze bronnen worden in het lichaam geplaatst en worden weer verwijderd nadat een van te voren bepaalde bestralingsdosis is bereikt. De straling werkt op de celdeling waardoor cellen zich niet meer kunnen vermenigvuldigen en afsterven. Een gezwel vermindert daardoor in omvang of kan uiteindelijk verdwijnen. Gezonde cellen herstellen makkelijker dan kankercellen. Doordat de bestraling meestal in kleine porties wordt gegeven, kunnen de gezonde cellen zich iedere keer voor het grootste deel herstellen, terwijl kankercellen dit minder goed kunnen en geleidelijk afsterven. Meestal wordt de bestralingsdosis niet in één keer gegeven, maar in gedeelten (zittingen). Al deze zittingen bij elkaar heten een bestralingsserie. Het aantal zittingen per serie kan van persoon tot persoon sterk verschillen; dit geldt ook voor het aantal zittingen per week (van één tot meerdere keren per week). De radiotherapeut stelt aan het begin van de behandeling het aantal bestralingen vast. De duur van de behandeling zegt niets over de ernst van de ziekte. Soms wijzigt de radiotherapeut het aantal bestralingen, waardoor een bestralingsserie langer of korter wordt. Bij het eerste bezoek maakt u kennis met uw radiotherapeut. Een radiotherapeut is een medisch specialist die patiënten behandelt met straling en verantwoordelijk is voor een goede uitvoering van uw behandeling. In het eerste gesprek bespreekt de radiotherapeut met u onder andere het nut van radiotherapie en de mogelijke bijwerkingen. Als u naar aanleiding van dit gesprek nog vragen heeft, dan kunt u hiermee tijdens een vervolgafspraak bij uw radiotherapeut terecht. Deze heeft namelijk op bepaalde tijden spreekuur voor patiënten die onder behandeling zijn. Zo blijft uw radiotherapeut op de hoogte van de voortgang van uw behandeling en van eventuele bijzonderheden.

Op de afdeling Radiotherapie van het Cathrina ziekenhuis werkt, naast de radiotherapeuten, een groot aantal andere medewerkers. De administratieve medewerkers en receptionisten zorgen voor een vlotte afwerking van alle administratieve zaken en voor een goed verloop van de afspraken. De radiotherapeutisch laboranten voeren de dagelijkse bestralingen uit.

Soms zijn hulpmiddelen nodig bij de behandeling. Deze worden dan gemaakt door de moulagetechnicus en de laboranten. De goede werking van de apparatuur wordt verzorgd door medisch technici. De Medisch IT-Specialisten zorgen voor een goede werking van de computer apparatuur en databases op de afdeling Radiotherapie van het Catharina-ziekenhuis.

De diëtiste houdt regelmatig spreekuur op de afdeling om u te adviseren als u voedingsproblemen heeft.

Wanneer u voor de eerste keer op de afdeling radiotherapievan het catarinaziekenhuis komt, krijgt u van de receptioniste een afsprakenbrief voor de bestralingsvoorbereiding en de eerste bestraling. Bij één van de eerste bestralingen ontvangt u een brief met alle volgende bestralingsafspraken.

Tijdens de behandeling is het van belang iedere verandering van medicijngebruik te melden aan uw radiotherapeut of de radiotherapeutisch laboranten. Wilt u ook na de behandeling bij de controlebezoeken uw radiotherapeut op de hoogte houden van eventueel medicijngebruik.

Het ongeboren kind is bijzonder gevoelig voor straling. Daarom is het belangrijk om tijdens de bestralingsbehandeling niet zwanger te worden. Zorg dus voor goede anticonceptie. Mocht u reeds zwanger zijn of twijfelt u hierover, bespreek dit dan vóór het begin van de behandeling met uw radiotherapeut.

Op de moulagekamer worden maskers en afblokkingen gemaakt. Voor bestraling in het gebied van hoofd of hals is het maken van een masker nodig. Dit gebeurt om twee redenen: om te voorkomen dat de positie van uw hoofd tijdens de bestraling verandert en om het bestralingsgebied op het masker aan te tekenen zodat wij geen lijnen op uw hoofd of hals hoeven aan te tekenen.

Met de bestralingstoestellen kunnen twee soorten straling worden opgewekt: fotonenstraling (ook genoemd röntgenstraling) en elektronenstraling.

Voor iedere bestraling meldt u zich bij de receptie. Bij de eerste bestraling zal een radiotherapeutisch laborant(e) u uitleggen wat er gaat gebeuren. Als u dat prettig vindt, kunt u de eerste keer iemand meenemen. Het bestralingsgebied wordt met een lichtbundel nauwkeurig ingesteld. De laboranten doen dit aan de hand van de tatoeagepuntjes en de tekening en op de huid (of een masker) en de gegevens in de computer van de lineaire versneller. De behandelingstijd kan variŽren tussen de 5 en 20 minuten. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u op monitoren zien en via een intercomsysteem horen. Van de bestraling voelt u niets; u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. De bestraling kan indien nodig (bijvoorbeeld tijdens een hoestbui) onderbroken worden. De lineaire versneller wordt tijdens de bestraling gestuurd en bewaakt door een computer. Tijdens de bestraling op de afdeling radiotherapie van het katarina ziekenhuis houden de radiotherapeutisch laboranten u, het apparaat en de computer continu in de gaten. Wanneer de bestralingsdosis is afgegeven, slaat het toestel automatisch af. Door de bestraling wordt u niet radioactief. Op het moment dat het bestralingstoestel afslaat, is de straling verdwenen en is er geen blootstelling aan straling meer voor u en uw omgeving.

Elektronenstraling wordt speciaal gebruikt voor aandoeningen die niet diep liggen. De straling dringt slechts enkele centimeters in het lichaam door, zodat het gezonde weefsel dat daarachter ligt weinig of geen straling krijgt. Omdat elektronenstraling oppervlakkig werkt, kan eventueel een huidreactie optreden in de vorm van roodheid. Soms moet het omringende gezonde weefsel afgeschermd worden tegen de elektronenstraling. Dit gebeurt dan met speciale afdekkingen die op de moulagekamer zijn gemaakt. De gang van zaken is dezelfde als die bij de fotonenbestraling. Ook na een elektronenbestraling bent u niet radioactief en is er geen blootstelling aan straling meer voor u en uw omgeving.

Bij een inwendige bestraling wordt geen gebruik gemaakt van straling die opgewekt wordt door een apparaat, maar van straling uit radioactieve bronnen die in het lichaam worden gebracht. Met een inwendige bestraling is het de bedoeling om de straling precies af te geven in het gebied waar een tumor is of zich kan bevinden. Met deze methode wordt de straling in een klein gebied geconcentreerd zodat de kans op beschadiging van omringend gezond weefsel meestal gering is. Soms kunnen de radioactieve bronnen makkelijk geplaatst worden in holle lichaamsruimten, zoals in de vagina of slokdarm. Soms is een narcose nodig om de radioactieve bronnen in het lichaam te brengen. Wanneer de totale dosis straling is afgegeven, worden de radioactieve bronnen verwijderd en is er geen blootstelling aan straling meer voor u en uw omgeving. Sommige inwendige bestralingen kunnen poliklinisch plaatsvinden; voor andere inwendige bestralingen is een ziekenhuisopname nodig. U krijgt altijd vooraf de nodige voorlichting van uw radiotherapeut, de radiotherapeutisch laboranten en de verpleegkundigen.

Door de radiotherapie kunnen bijwerkingen optreden, zowel tijdens de bestraling als daarna. Deze zijn o.a. afhankelijk van het bestralingsgebied en de hoogte van de bestralingsdosis. De bijwerkingen treden meestal niet direct op en kunnen per persoon verschillend zijn. Het is mogelijk dat u helemaal geen of slechts zeer weinig klachten krijgt. Algemene klachten kunnen zijn: vermoeidheid, futloosheid en een gebrek aan eetlust. Als iets onduidelijk is, aarzel dan niet om dit te bespreken met uw radiotherapeut of de radiotherapeutisch laboranten. U voorkomt daardoor dat goed bedoelde, maar soms tegenstrijdige adviezen verwarring veroorzaken. Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestaling en is in dit geval dus geen direct gevolg van uw ziekte. Deze vermoeidheid treedt tijdens de bestralingsbehandeling op en verdwijnt meestal geleidelijk na beëindiging van de behandeling. Soms kan bij radioterapie de bestraalde huid rood worden. De roodheid hangt af van de stalingsdosis en treedt geleidelijk op. Deze roodheid gaat soms gepaard met jeuk en een licht branderig gevoel. De reactie is het sterkst in plooien (zoals liezen, oksels), operatielittekens en daar waar de huid meestal wat vochtig is, bijvoorbeeld de bilspleet. De huidreactie verschilt van persoon tot persoon en verdwijnt geleidelijk na de radiotherapie. Haaruitval treedt alleen op in het gebied dat bestaald wordt. Dit gebeurt niet meteen na het starten van de behandeling, maar pas ongeveer twee weken na het begin van de radiotherapie. Afhankelijk van de hoeveelheid straling begint uw haar enkele weken na het einde van de bestraling weer te groeien. Het duurt dan nog enkele maanden voordat uw haar weer volledig is aangegroeid. Soms (bij een hoge bestralingsdosis op de betreffende huid) kan de haaruitval blijvend zijn. Wanneer u een dieet volgt (bijvoorbeeld voor suikerziekte of een nierziekte) of bijzondere voedingsgewoonten hebt, is het van belang dit te melden aan uw radiotherapeut. Indien nodig, zal uw radiotherapeut u verwijzen naar de diëtiste voor voedingsadviezen tijdens de behandeling. Radiotherapie kan soms de eetlust verminderen. Dit is van tijdelijke aard. Zelfs als u enkele dagen minder eet, is er geen reden tot ongerustheid. Het lichaam beschikt over reserves om een periode van slecht eten te doorstaan. Probeer wel steeds voldoende te blijven drinken; een richtlijn is 1,5 liter per dag. Meestal heeft men tijdens de radiotherapie geen last van misselijkheid. Deze klacht kan wel optreden als u op de buik (vooral bovenbuik) bestraald wordt. De misselijkheid begint dan ongeveer één uur na het tijdstip van de bestraing en is meestal een paar uur later weer over. Bij bestrling van de buik, kunnen de darmen vervelend gaan reageren. De darmen bewegen meer en het gaat rommelen in de buik. Soms gaat dit gepaard met buikkrampen. Het aantal keren dat u aandrang voelt en naar het toilet moet, neemt toe. Op den duur kan de ontlasting ook dun of waterig worden. Na beëindiging van de bestraling, verdwijnen de klachten geleidelijk vanzelf. Bij bestraling in het gebied van de blaas of prostaat kunnen klachten ontstaan die lijken op die van een blaasontsteking, d.w.z. vaak kleine beetjes plassen met soms een schrijnend gevoel tijdens het plassen. Na beëindiging van de bestraling verdwijnen de klachten geleidelijk vanzelf. Wanneer mond, keel of slokdarm worden bestraald, ontstaan na een paar weken slikklachten. Het doorslikken van voedsel wordt dan pijnlijk. Na beëindiging van de radiotherapie verdwijnen de slikklachten geleidelijk door herstel van de slijmvliezen. Een droge mond ontstaat wanneer er onvoldoende speekselproductie is. Dit gaat vaak gepaard met een verandering van smaak en een verminderde eetlust. Bij bestraling van de speekselklieren ontstaat vrij snel, soms in de eerste week al, een gevoel van droge mond dat geleidelijk toeneemt. Wanneer de mondholte en de speekselklieren in het bestraalde gebied liggen, zal de radiotherapeut meestal een advies vragen aan de kaakchirurg en begeleiding door de mondhygiëniste afspreken. Het is meestal niet mogelijk om aan het einde van de radiotherapie direct vast te stellen of het beoogde doel van de behandeling is bereikt. Dit komt doordat het effect van radiotherapie pas weken tot maanden na beëindiging volledig wordt bereikt.

Het succes van kankerbehandelingen is vaak pas na vele jaren te beoordelen. Als u na de behandeling niet bij de radiotherapeut ter controle komt, zal hij regelmatig naar uw toestand informeren bij uw huisarts of verwijzend specialist. Als u hiertegen bezwaar heeft dan kunt u dit schriftelijk kenbaar maken bij uw behandelend radiotherapeut.

Aan het eind van de behandeling krijgt u meestal een afspraak voor controle bij uw radiotherapeut. Mocht de datum of tijd u niet schikken, bel dan op werkdagen om de afspraak te veranderen, telefoonnummer 040 -2396400 Ook al heeft u geen afspraak, dan nog kunt u in geval van dringende zaken uw radiotherapeut raadplegen. De medewerkers zullen hun best doen om op een zo kort mogelijke termijn een afspraak te maken. Voor spoedsituaties buiten normale werktijden, verzoeken wij u eerst uw huisarts te raadplegen. Deze kan zonodig altijd de dienstdoende om advies vragen. Bij de receptie en in de wachtruimtes ligt veel foldermateriaal ter inzage. U kunt altijd terecht bij uw radiotherapeut en de medewerkers van de afdeling om over uw ziekte of de behandeling te praten. Ook kan er behoefte bestaan om met medepatiënten te praten. Mocht u in contact willen komen met patiëntenverenigingen, gespreksgroepen of andere hulpverleners, dan kunt u dit vragen aan uw radiotherapeut of aan één van de medewerkers van de afdeling. In de wachtruimten kunt u foldermateriaal met aanvullende informatie vinden over verschillende aspecten van kanker en radiotherapie.

De afdeling Radiotherapie heeft een aparte ingang waar parkeergelegenheid aanwezig is. Het Catharina-ziekenhuis heeft een parkeerterrein met betaald parkeren. Wij verzoeken u geen auto’s voor de ingang te laten staan en de verkeersregels in acht te nemen. U kunt parkeren op parkeerterrein P5, vlakbij de ingang van de afdeling Radiotherapie.

De gegevens over uw behandeling worden permanent bewaard. Uw huisarts en uw specialisten worden op de hoogte gehouden van uw behandeling. Ook wanneer u op het spreekuur komt, stuurt uw radiotherapeut, indien nodig, een bericht naar uw huisarts en de medisch specialisten bij wie u bekend bent. Daarnaast houdt de Regionale Kankerregistratie bij hoe vaak en waar de verschillende vormen van kanker in Nederland voorkomen. Ook worden de behandelingsresultaten geregistreerd. Het uiteindelijke doel is om met deze gegevens de behandeling van mensen met kanker te verbeteren. Zonder uw uitdrukkelijk schriftelijk toestemming wordt door uw radiotherapeut geen informatie verstrekt aan anderen dan uw huisarts, specialist(en) en Regionale Kankerregistratie (dus niet aan controlerend artsen, bedrijfs- of keuringsartsen).

Brachytherapie is een bestralingstechniek waarbij een radioactieve bron dichtbij of in het tumorgebied wordt gebracht. Hierbij wordt een hoge dosis straling aan het tumorweefsel gegeven waarbij het gezonde omliggende weefsel zoveel mogelijk wordt gespaard. Bij brachytherapie, van het Griekse ‘brachy’ = ‘dichtbij’ worden radioactieve bronnen tot dicht bij of in het doelvolume gebracht. Een aantal van deze brachytherapiebehandelingen wordt in combinatie met uitwendige bestraling gegeven. Bij een brachytherapie behandeling is een aantal disciplines van binnen en buiten de afdeling Radiotherapie betrokken. De radiotherapeutisch laboranten regelen alle afspraken en zorgen voor onderlinge afstemming voordat de patiënt komt. De radiotherapeut bepaalt de te bestralen locatie en de te geven dosis.